| Rasbeschrijving: De Leghorn wordt in verschillende typen gefokt. Tussen de diverse
fokrichtingen zitten behoorlijk grote verschillen. Toch zijn er ook enkele overeenkomsten te vinden. Zo hebben ze allemaal een gestrekt landhoentype. het verschil in model ontstaat door de staartdracht.
Het Nederlands/Duitse type heeft een grote, vol bevederde staart die vrij laag wordt gedragen. De staart wordt niet volledig gespreid.
De kippen van de Amerikaanse fokrichting dragen hun staart op dezelfde hoogte als de kippen van de Nederlandse richting maar ze spreiden hun staart volledig. Bij de Amerikaanse hanen is de staart zeer rijk bevederd.
De kippen van de Engelse fokrichting dragen hun staart vrij laag en vrijwel volledig samengevouwen.
De Engelse Leghorn heeft een enorm grote kam en zeer lange kinlellen, de Nederlands/Duitse en Amerikaanse Leghorns zijn in het bezit van een grote kam, waarvan alleen de achterzijde van de leggende hen omvalt. In de Verenigde Staten worden ook rozenkammige dieren erkend.
Alle Leghorns hebben witte oorlellen en gele benen. De ogen zijn oranjerood
van kleur.
Kleur: het Amerikaanse type komt voor in: wit, zwart, rood, columbia, patrijs, bruinpatrijs, zilverpatrijs, en roodzwart staart.
Het Duitse/Nederlandse type komt voor in: wit, zwart, buff, ongezoomd blauw, en gezoomd blauw, rood, patrijs, zilverpatrijs, blauwpatrijs, geelpatrijs, bruinpatrijs, koekoekpatrijs, patrijsgoudflitter, zilverpatrijs-zilverflitter,
roodgeschouderd-zilverpatrijs, blauwbont, goud-zwartgezoomd, goud-blauwgezoomd, goud-witgezoomd, roodgeschouderd wit, gestreept, porselein, columbia, columbia-blauwgetekend, parelgrijs, zilverhalzig, goudhalzig, blauw-goudhalzig, zilver-zwartgeloverd en exchequer.
Het Engelse type komt voor in: wit, zwart, buff, ongezoomd blauw, patrijs, zilverpatrijs, meerzomig patrijs, roodgetekend, zwartbont, exchequer en koekoek.
Eieren: wit
|